HomeNetwerkplatformRolmodelMelanie Baas en Marielle van Pampus

Melanie Baas kl1. Wat was de aanleiding om het onderzoek uit te voeren? Signalen of eigen ervaringen?
Onze onderzoeksgroep bestaat uit een gynaecoloog, gynaecoloog-in-opleiding, verloskundige en psycholoog/co-assistent. We zijn bezig met meerdere studies naar zwangerschap en onder andere de posttraumatische stressstoornis(PTSS). PTSS kan zijn ontstaan na een ongecompliceerde bevalling, maar de kans op PTSS is groter indien de bevalling niet soepel verliep. Tijdens één van de avonden met onze onderzoeksgroep viel de vraag wat dat soort ingrijpende situaties eigenlijk met de hulpverlener doet. Terwijl we bezigwaren met het opzetten van de vragenlijst kwam longarts Mariska Koster in het nieuws met aandacht voor de zwaarte van het vak. De tijd is er blijkbaar rijp voor. Daarbij kwam ook dat Mariëlle al in juni 2013 bij de promotie van Claire Stramrood, aios gynaecologie, dacht: wat doet dit allemaal met de hulpverlener.

 

2. De uitslagen staan in het abstract. Welke uitslagen hebben jullie het meest verrast en waarom?
Het meest indrukkend waren de antwoorden op de open vragen, in totaal 15 getypte A4 tjes. Er waren mensen die een heel verhaal typten van iets wat ze hadden meegemaakt en eindelijk kwijt konden, maar ook mensen die zeiden ‘hier durf ik geen antwoord op te geven, dit is zo vertrouwelijk’. De antwoorden gaven een gezicht aan de cijfers, want ook die verrasten ons. De als gebrekkig ervaren opvang, de steun voor verandering. En dat het soms best lastig is de momenten die als heftig ervaren worden te herkennen, want als er een baby doodgaat vragen mensen misschien wel hoe het met je gaat, maar ook van de near misses kan je wakker liggen.
Dat collega’s een belangrijke rol hebben verbaasde ons niets, maar dat 30% ook graag gesprekken met een psycholoog of coach zou willen na een ingrijpende gebeurtenis verraste mij als psycholoog. Melanie Baas: als psycholoog word je vaak met enige scepsis ontvangen te worden in de artsenwereld. In werkgroepen op het Gynaecongres in november jl, waarin uitgebreid op het thema ingegaan werd, werd nu simpelweg gezegd “Het is verhelderend als er iemand wiens vak het is met ideeën komt die buiten ons denkkader vallen”. De daadkrachtige en vooruitstrevende aanpak heeft mij echt gegrepen.
Tijdens ons onderzoek hoorden we over kleinschalige initiatieven van opvang, maar nadeel daarvan is dat iedereen het wiel opnieuw uit moet vinden in een tijd waar we het al druk hebben. Bovendien zou een goede opvang niet werkplekafhankelijk moeten zijn, maar voor iedereen bekend en beschikbaar.

3. Is er iets bekend over de non-responders? Ivm veel andere burn out onderzoeken die we hebben gezien is 48% een hoge respons.
Tot zover we kunnen zeggen hebben we qua demografische kenmerken een redelijke afspiegeling van de huidige beroepsgroep. Het is anoniem, waarbij geen non-response analysis kan plaatsvinden. We hebben veel nagedacht over wat voor sample selection bias er zou kunnen zijn: hebben vooral gynaecologen die een ‘ingrijpende gebeurtenis’ hebben meegemaakt gereageerd, of hebben de mensen die klachten eraan over hebben gehouden ons onderzoek juist vermeden. Vermijding is immers inherent aan PTSS. Daarnaast kan het dat vooral gynaecologen die dit een belangrijk onderwerp vinden of ontevreden zijn over de opvang gereageerd hebben. We konden daarom ook blij zijn als we een opmerking tegen kwamen van “wat een geitenwollensokken gedoe dit!”

4. In een artikel in Medisch Contact werd ook al een link gelegd met de blog van Mariska Koster. Is de tijd voorbij dat we zeggen 'dat hoort bij het vak' en anders ben je niet geschikt? Zo ja, wat heeft hiermee te maken?
Minder dan 5% was het eens met de stelling ‘als je wakker ligt van heftige gebeurtenissen ben je niet gemaakt voor dit vak’. De tijdsgeest is overduidelijk dat er meer aandacht komt voor ‘het dragen van het vak’, je hoort het rondzoemen in media en ziekenhuisgangen. Ik denk zelf dat er meerdere dingen meespelen, waaronder het toegenomen percentage vrouwen in opleidingen en specialismes. De vraag is veranderd, en daardoor blijkt het aanbod niet langer toereikend. Daarnaast is ook de tijd veranderd: de patiënt is mondiger, en de claimcultuur dreigt. Wat betreft geschikt zijn voor het vak vind er natuurlijk een (zelf)selectie plaats voor je in opleiding gaat, maar dat betekent niet dat je daarna niet meer mag aanstippen als het zwaar valt. De hoge uitval in de opleidingen is hiervan een teken.

Marielle van Pampus 3 kl vs25. Hoe zijn de reacties uit het veld? Ook nog andere specialismen? en beleidsmakers?
Er is een stortvloed aan positieve reacties gekomen, zowel van binnen als buiten de beroepsgroep. Doordat het ook in landelijke kranten stond bereikte het snel een groot publiek. De chirurgen hebben onlangs een subsidie gekregen: Fit to Perform, waarin zij ook de gynaecologen hebben gevraagd. Het speelt dus ook in andere beroepsgroepen.

6. Er zijn plannen om de opleidingen te moderniseren. Hebben jullie nog adviezen nav het onderzoek?
Het leren omgaan met ingrijpende gebeurtenissen bleek in de opleiding amper aan bod te komen: omgaan met emoties wordt meestal ‘in de praktijk’, geleerd door trial-and-error, afkijken bij collega’s en bij intervisie. Het zou goed zijn om het te bespreken voor je eerste praktijkervaring als co-assistent, bijvoorbeeld in een les over hoe je met heftige ervaringen omgaat. De co-assistenten worden steeds jonger, en er is nog geen afsplitsing geweest met de toekomstige artsen die liever iets zonder spoed en bloed zullen gaan doen. Wanneer je het over arts-assistenten hebt: we moeten nog gaan kijken wat er uit de focusgroep opleiding / opleiders kwam. Dat je –naast basics over opvang- het het beste leert in de praktijk en niet zomaar uit een boek is wel van belang, je zou kunnen denken aan een module die ergens in de opleiding gedaan kan worden wanneer er zo’n situatie plaatsvindt.

7. Verwacht u betere patiëntenzorg als gynaecologen 'beter voor zichzelf zorgen'?
Het is bekend dat de mentale gesteldheid van hulpverleners samenhangt met de interactie met patiënten en collega’s, en met de kwaliteit van zorg die je levert. Zo leiden depressie en burn-out tot een toename van medische fouten. Uit ons onderzoek blijkt dat 56% na het meemaken van een ingrijpende gebeurtenis zijn werkomstandigheden heeft aangepast, bijvoorbeeld geen vaginale stuitbevallingen meer doen, of meer/sneller in huis komen in plaats van telefonische supervisie. Wel vraagt een plotselinge anders risicomanagement, of veranderen van je werkomstandigheden om een eerlijke zelfreflectie: is het je reactie geweest op het meemaken van een ingrijpende gebeurtenis? Wat speelt hier? Het kan symptoombestrijding zijn van een onderliggend probleem.
In de pilotenwereld wordt voor een vlucht gevraagd “Are you fit to fly?”. Na een ingrijpende gebeurtenis is het logisch dat dit een tijd lang wat met je doet. Als je na een week wakker ligt of met klammende handjes aan het ziekenhuisbed staat heb je nog geen PTSS. De afweging of je goede zorg kan leveren speelt altijd, of je nu een ingrijpende gebeurtenis hebt meegemaakt of een week amper geslapen hebt omdat je thuis een ziek kind hebt.

Melanie Baas, psycholoog en coassistent
Mariëlle van Pampus, gynaecoloog en perinatoloog

 

Onlangs publiceerde de NVOG (de vereniging van gynaecologen) een onderzoek naar de gevolgen van ingrijpende gebeurtenissen op de werkvloer en de opvang onder haar leden. Van de respondenten had 12.7% een ernstige traumatische gebeurtenis meegemaakt, en 1,5% zelfs een PTSS als gevolg hiervan. De onderzoekers concluderen dat de nazorg in elk geval beter kan om ervoor te zorgen dat artsen goed kunnen blijven functioneren. Belangrijk onderzoek omdat steeds duidelijker wordt dat zorgen voor jezelf en voor elkaar van essentieel belang is voor een arts. Achtergrondartikel

Lees meer

VNVA in het kort

  • De VNVA behartigt de belangen van de vrouwelijke artsen. De vereniging acht het van groot belang dat alle vrouwelijke artsen hun talenten optimaal kunnen benutten en daardoor een hun passende positie in de gezondheidszorg kunnen innemen. Tevens zet de vereniging zich in voor het inweven van seksespecifieke geneeskunde in opleiding en praktijk. Daarbij stimuleert de VNVA de gewenste maatschappelijke veranderingen…

Volg ons

VNVA op sociale media