HomeNetwerkplatformRolmodelAngèle van de Ven

 IMG 8288 boek angele van der ven
Op de foto v.l.n.r. Lodewijk Schmit Jongbloed, Gerda Zeeman, Marith Rebel, Angèle van de Ven.
HEEL de dokter – leven en werken met zin 
Angèle van de Ven heeft sinds 2000 haar eigen adviesbureau en richt zich op het moment vooral op het coachen van individuele artsen en het begeleiden van groepen (intervisies, huisartsenopleiding) en gaat een paar keer per jaar met een groep huisartsen op stap naar Griekenland in het kader van ‘Zin in Huisartenzorg’ (www.zininhuisartsenzorg.nl). Recent is het boek ‘HEEL de dokter’ verschenen dat zij samen met Lodewijk Schmit Jongbloed schreef over loopbaan en de mens achter de arts dat uitdaagt tot reflectie op jezelf en je vak (www.heeldedokter.nl).  Het boek was in de eerste week door de vele bestellingen tijdelijk uitverkocht maar de voorraad is inmiddels weer aangevuld, dus weer volop leverbaar.

Dit geeft wel aan dat er behoefte is om over het vak na te denken en dat is veel VNVA leden niet vreemd. Hieronder vertelt Angèle meer over haar werk en haar inspiratie. 
   

 1. Waarom ben je als niet-arts zo geïnteresseerd in artsen? Hoe is jouw carrière daarin verlopen?
Leuk dat je dat vraagt. In ‘HEEL de dokter’ staat hierover: 'min of meer toevallige gebeurtenissen, ontmoetingen en keuzes bepalen de richting en kleur van je loopbaanpad'. Daar ben ik zelf wel een voorbeeld van. Vanuit mijn interesse voor 'een leven lang leren' studeerde ik bedrijfscommunicatie en -opleidingen, gericht op hoe volwassenen beroepsmatig in ontwikkeling blijven. Als 24-jarige begon ik met die kennis fris en groen in de functie van FTO-adviseur, waarbij ik het farmacotherapie-overleg tussen huisartsen en apothekers procesmatig begeleidde. Inmiddels, wat afslagen, keuzemomenten en ruim 20 jaar verder kan ik lezen en schrijven met dokters. Bij het coachen van teams, in (inter)visiebijenkomsten en individuele loopbaangesprekken hoor ik wat artsen bezig houdt, drijft, uitdaagt én verder helpt. Die verhalen breder toegankelijk maken voor de hele beroepsgroep artsen, is mijn motivatie geweest voor 'HEEL de dokter - leven en werken met zin'.

 2. Wat vind jij op het moment de grootste uitdaging voor artsen?
Ruimte blijven maken voor de menselijke maat in de zorg, voor wezenlijke aandacht als onmisbaar aspect van kwalitatief goede zorg. Gericht op patiëntenzorg, maar niet ten koste van de dokter. Het is belangrijk dat de menselijke maat ook voor de dokter zelf geldt. Dat is een mes dat aan twee kanten snijdt: voor een kwalitatief goede zorg zijn gemotiveerde, betrokken artsen essentieel. Zo'n arts maakt minder fouten, verzet meer werk, is minder vaak ziek en gaat later met pensioen. Patiënten hebben meer vertrouwen in deze artsen: ze volgen hun medicatievoorschriften en adviezen over lichaamsbeweging of voeding beter op.

Van oudsher lijkt het adagium dat goede dokters vooral doorgaan, veerkrachtig zijn, zichzelf -vaak zelfs voor lange tijd- opzij zetten. Tegenwoordig is er gelukkig steeds meer aandacht voor de valkuil daarvan. Immers: stress en burn-out blijkt ook al jaren een thema dat niet weggaat. Een in te schatten risico, zou je zeggen. En als je dat weet is het dus zaak om vinger aan de pols te houden. Dat kun je zelf doen, maar ook samen in je team en liefst gesteund vanuit de organisatie. Al tijdens de opleiding zou hier aandacht voor moeten zijn. In Nijmegen geef ik aan de VOHA (huisartsopleiding) een vierdaagse training waarin aios reflectievaardigheden en de basis van coaching aanleren. Zo leren ze zichzelf beter leren kennen en ontdekken ze hoe ze elkaar kunnen steunen en begeleiden bij professionele groei.  Gaandeweg je loopbaan blijft ‘t natuurlijk wel zaak daar zelf tijd en aandacht voor vrij te blijven maken (vandaar ook het boekje).

  

Heel de dokter3. Zie je verschillen tussen mannen en vrouwen? Ik heb de indruk dat je in het boek neutraal probeert te blijven, maar zie je thema's die meer spelen bij vrouwen (en zo ja, moeten we daar iets mee?) 
Misschien raar om hardop te zeggen, in een vraaggesprek met de voorzitter van de VNVA, maar inderdaad heeft het man-vrouw thema niet mijn specifieke interesse. Wat ik belangrijk vind is dat ieder mens, ongeacht gender, zijn werk & leven kan inrichten naar persoonlijke voorkeur en wensen. In ‘HEEL de dokter’ schrijven we over 'kleurrijke loopbaanpaden' en juist de boeiende, bonte mix van artsen die samen doorbouwen op het werk van hun voorgangers en ieder op hun eigen manier betekenis geven aan hun werk en leven. Mannen én vrouwen, en zoals bekend in toenemende mate vrouwen. De één enthousiast en bevlogen, zichzelf verliezend in het werk, de ander compartimenterend, met een nauwkeurige grens tussen werk en privé, weer een ander het werk voor 'erbij' voor brood op de plank, noem maar op. Diversiteit op de werkvloer vind ik een groot goed, omdat we juist van elkaars verschillen kunnen leren. En nee, dat is niet altijd makkelijk. Een andere mening, een andere werkwijze, een andere manier van kijken, schuurt, wringt, daagt uit. Tegelijkertijd maakt het ons samen uiteindelijk ook beter. Het voorkomt dat we op de lange termijn alleen maar hetzelfde blijven doen.

 4. Het valt me op dat je vaker impliciet of expliciet schrijft dat niet iedereen die arts wordt het ook blijft of op een plek komt die hij/zij ambieert/de. Vind je dat artsen in het algemeen te weinig nadenken over andere opties en zou hier meer tijdens bv. opleiding aandacht aan besteed moeten worden?
Ik geloof niet dat artsen daar bewust zo weinig over nadenken. Wat wel een gegeven is, is dat het opleidingspad voor een arts, zeker bij bepaalde specialisaties, naarmate je daarin op weg bent, steeds nauwer wordt, steeds minder andere keuzemogelijkheden biedt. Dus ja: jezelf in een vroeg stadium goed (leren) kennen, actief nadenken over je voorkeursspecialisatie en een werkleven dat jou past is voor artsen van wezenlijk belang. Mijn collega-auteur Lodewijk Schmit Jongbloed, richt zich in zijn promotieonderzoek naar arbeidstevredenheid van artsen onder andere op de vraag in hoeverre die tevredenheid beïnvloed wordt door het al dan niet kunnen realiseren van je voorkeursspecialisatie. Een deel van zijn bevindingen hebben we verwerkt in weetjes per loopbaanfase. Zoals: artsen die hun eerste keuze vervolgopleiding realiseerden, blijken halverwege hun loopbaan meer tevreden te zijn over wat ze professioneel hebben bereikt, vergeleken met artsen die dat niet lukte. Tegelijkertijd moet je je ook niet blindstaren op dit soort weetjes: jouw persoonlijke ervaring kan natuurlijk een heel andere zijn. Zo sprak ik laatst een vrouwelijke huisarts, die dolgelukkig was met haar switch: in het laatste jaar van haar opleiding tot kinderarts kon ze niet langer voor zichzelf en haar omgeving ontkennen dat dit vak 't echt niet voor haar was. Maar ook (tijdelijke) uitstapjes in een artsenloopbaan zijn mogelijk. Jullie voormalige voorzitter Marith Rebel is daar een voorbeeld van: inmiddels werkt ze nog 1 dag als huisarts, naast haar politieke werk als Tweede Kamer-lid. En natuurlijk hoeft het niet altijd om dat soort rigoureuze veranderingen te gaan om met plezier en voldoening aan het werk te blijven. Kleine aanpassingen doen in je dagelijkse werkpraktijk, bij voorkeur op zaken waar je zelf invloed op hebt, kan al veel opleveren. In ‘HEEL de dokter’ doen we artsen daar allerlei ideeën voor aan de hand.

 5. Er vanuit gaande dat artsen jouw boek lezen en er iets mee gaan doen, wat denk of hoop je dat het voor invloed zal hebben op de patiëntenzorg?
Zoals gezegd: tevreden dokters, tevreden patiënten. Ik hoop dat het boek artsen inspireert en aanmoedigt om werk te (blijven) maken van een gezonde loopbaan, waarin ze als professional en als mens tot hun recht kunnen komen. Daarbij gaan egoïsme en altruïsme wat mij betreft hand in hand, beide zijn nodig. Soms om dat extra stapje voor de patiënt te zetten, een andere keer juist voor jezelf. De ene keer lukt dat makkelijk, op andere momenten kan het een hele kunst zijn dat voor elkaar te krijgen. Daar zelf én in contact met anderen bewust mee bezig blijven is al winst!

  

VNVA in het kort

  • De VNVA behartigt de belangen van de vrouwelijke artsen. De vereniging acht het van groot belang dat alle vrouwelijke artsen hun talenten optimaal kunnen benutten en daardoor een hun passende positie in de gezondheidszorg kunnen innemen. Tevens zet de vereniging zich in voor het inweven van seksespecifieke geneeskunde in opleiding en praktijk. Daarbij stimuleert de VNVA de gewenste maatschappelijke veranderingen…

Volg ons

VNVA op sociale media