Menu
Vereniging Trainingen Media VNVA events

Over luxe en opleiden, 20 november 2019

Hoe nat het buiten ook is, uit de kraan komt in ons dorpje in Burundi al vijf dagen geen water. De tweede dag had ik nog hoop en liep ik na het werk vol verwachting terug. Maar toen ik zag hoeveel mensen er liepen met pakken en emmers water op hun hoofd, wist ik al hoe laat het was. Dat heet 'toegang tot schoon drinkwater', want dat hebben we hier volgens de statistieken. Die vertellen er niet bij hoeveel tijd het mensen kost om te leven in zo'n situatie. Nou ja, er staat wel of het één of twee uur lopen is naar een pomp (enkele reis en de twee uur wachten in de rij niet meegerekend), maar niet hoe je dan kan wassen, douchen of theezetten voor een gezin. Dan ben je dus aangewezen op bijvoorbeeld dure melk (inmiddels drie euro voor een liter!) of Fanta uit een flesje (50 eurocent) als dat er is. Degenen die twee uur terug moeten lopen met het water op hun hoofd, hebben zoveel vocht uit hun lichaam verloren, dat ze er zeker alweer een liter van moeten drinken. Toegang tot schoon drinkwater is dus geen luxe. De statistieken zeggen er ook niet bij dat je niet tegelijk water kunt halen en geld verdienen of je landje verbouwen. Armoede is niet romantisch, al suggereren reisgidsen vaak het tegenovergestelde.

Ik mopper nogal eens over de afwezigheid van ngo's hier, omdat dit land zo verschrikkelijk arm is. Nu is er een ngo en ben ik weer niet tevreden: die ngo stuurde een duurbetaalde consultant op pad, die een betoog hield om te vertellen dat het voor Burundi genoeg is om slechts vier ziektebeelden uit de psychiatrie te onderwijzen. Hoe durf je dit te zeggen. Beslist Europa nog steeds wat hier nodig is? Het was in een vergadering van een consortium, waar het psychiatrische referentieziekenhuis (waar ik werk) deel van uitmaakt. Gelukkig was er gelegenheid om te reageren. Dus ik heb gevraagd waarom een sector die zich in Burundi nooit had kunnen ontwikkelen, anno 2019 moest worden afgescheept met een belachelijk niets. De grafieken van de consultant moesten aantonen dat voornamelijk die vier ziektebeelden waren geconstateerd. Dat vond ik te makkelijk: als je mensen niet hebt opgeleid en zij daarom slechts vier ziektes kennen, mag je dat natuurlijk niet als uitgangspunt nemen. Wat een flauwekul: mensen niet opleiden omdát ze niet zijn opgeleid. Gewoon de zorg als geheel opzetten inclusief een volwaardige kennisopbouw, dat is wat nodig is. Toen zei de voorzitter: 'Ik wist dat er een mevrouw-dokter was die in het ziekenhuis werkt, maar meer niet. Jullie leiden veel mensen op. Goed werk maakt geen geluid. Ik ben blij dat ik nu weet wie geen geluid maakt'. De consultant had een betoog van anderhalf uur gehouden, maar zijn statistieken betroffen slechts twee heuvels.

Eind 2019 hebben we in totaal 26 trainers in de psychiatrie opgeleid in het ziekenhuis en in verschillende provincies (momenteel vinden namelijk de theorieopleiding mhGAP van de WHO en de supervisies van weer 12 leraren plaats). De leraren krijgen jaarlijkse deskundigheidsbevordering. Ook hebben er dan 500 mensen verspreid over het land de basistraining gehad. Dit alles met door onze stichting bij elkaar gelobbyd budget. Het ziekenhuis zorgt vervolgens voor de supervisies in grote delen van Burundi bij de uitvoering van het werk, ten behoeve van decentralisatie en integratie in de algemene gezondheidzorg. Dat is veel werk. Wij onderwijzen de ziektebeelden die 80% van de aanwezige morbiditeit in de GGZ afdekken, zoals de WHO voorstaat. Voor de overige 20% kunnen we in het referentieziekenhuis hulp bieden. Kan iemand me uitleggen waarom we hier nog steeds blij zouden moeten zijn met kralen en spiegeltjes uit de witte wereld? Witheet, dat was ik.

Het Burundese Ministerie van Gezondheid gaat nu zelf financiering zoeken (in het buitenland) om de basistrainingen via het Burundese opleidingsinstituut (Insitut National de la Santé Publique, INSP) voort te zetten. Dat gaan ze met deze 26 leraren doen. Daar ben ik wel trots op, dat dit in gang is gezet en dat het land zelf dit noodzakelijke medisch psychiatrische werk en de psychische ondersteuning in de provinciale structuren gaat voortzetten. Waardeloos dat ze daar zelf geen geld voor hebben, het groeit niet aan de vele bomen, maar fantastisch dat ze met gezond verstand geld gaan zoeken en dat het nu een prioriteit is. Het past binnen de formele strategie van openbare zorg in Burundi. Er was onlangs zelfs een perscommuniqué over. Zo maken we onszelf op den duur overbodig en dat is goed, omdat het land de zorg dan zelfstandig verder kan ontwikkelen. Voor de jaarlijkse deskundigheidsbevordering van de leraren komen we wel steeds terug, omdat het land nu nog te weinig eigen psychiaters heeft (nu drie, volgend jaar vier). Consulten en vooral casuïstiekbesprekingen blijven ook nog in onze aandacht.

Onze opleidingsmethode kost nog geen 300 euro per persoon. Wanneer je met consultants gaat werken kost het 600 euro. Dat het als stevig initiatief toch lukt om iets moois te bereiken en voor mensen op te komen, is goed en dat we niet alleen één heuvel of zo helpen maar bouwen aan de openbare toegankelijke gezondheidszorg is nog beter. Natuurlijk kan je discussiëren over de vraag of je dit soort werk moet doen als betaalde kracht of als vrijwilliger. Een internationale vrijwilliger die blijft komen draagt veel bij en houdt het budget vrij voor het doelland zelf, maar kan niet in eigen levensonderhoud voorzien. Die komt dus meestal niet regelmatig genoeg terug. Projecten met betaalde internationale experts zijn vaak niet duurzaam, omdat het te duur is om een expert keer op keer uit te zenden, enkele grote organisaties met echt organisatietalent daargelaten. Maar die zijn er in de psychiatrie dus niet zoveel hier. Ik heb laatst gemerkt dat een Europese ngo, met een overhead van 30% en 25% kosten voor experts, bezuinigde op opleidingsbudgetten in Afrika, door minder water aan de leerlingen te verstrekken.


- Amy Besamusca–Ekelschot

08
Sluiten
X Zoek