Menu
Vereniging Trainingen Media VNVA events

Mihri Heval Özgen

Arts zijn is een heilzaam beroep: je geeft leven en hoop. Life starts with the woman.

‘Vrouw, moeder, zus, dochter en wetenschapper: al deze rollen hebben mij geholpen in de wetenschappelijke wereld door te zorgen voor een open, warm, innovatief en transformationele perspectief’, zegt dr. Ozgen.

Mihri Heval Ozgen, MD PhD, is psychiater en yogini. Vanuit een fascinatie voor bewustzijn en brein studeerde Heval psychiatrie, genetica, mystiek, yoga, boeddhisme en psychotherapie.

Momenteel is haar onderzoek gericht op het begrijpen van de rol van zelfacceptatie, stress en (interpersoonlijk) trauma in transgender gemeenschappen, met daarbij een focus op psychoatherapie en psychedelica. Ze heeft hierover in tal van wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd en veel presentaties verzorgd over zowel onderzoek als training. Ook was ze supervisor van meerdere projecten op postacademisch niveau. Zij is de onderzoekscoördinator van de interculturele psychiatrische afdeling en is bestuurslid van de sectie transculturele psychiatrie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NvVP).

Dr. Ozgen is een van die rolmodellen, waaraan niet alleen vrouwen, maar ook mannen een voorbeeld kunnen nemen. ‘Tijdens een van mijn reizen naar Dharamsala (India) raakte ik in gesprek met een jonge Israëlische jongen over zijn studiekeuze aan de universiteit. Enkele maanden later kreeg ik een email waarin hij me dankte voor mijn hulp bij zijn beroepskeuze. Nu is hij een arts.'

Vertel iets over je studie en opleiding

Geneeskunde is mijn passie’.

Ik ging naar college toen ik 16 was en begon met de studie medicijnen toen ik 18 was. De grootste uitdaging was om mij op deze jonge leeftijd aan te passen aan het leven in een grote stad.

Na mijn geneeskunde opleiding, kwam ik naar Amsterdam om genetica te studeren en later in 2005, in de vijfde maand van mijn zwangerschap, startte ik met mijn promotieonderzoek naar de genetische aspecten van autisme.

Tijdens mijn promotieonderzoek verhuisden we naar de Verenigde Staten met onze kleuter. Maar later besloot ik mijn dochter in Europa te laten opgroeien. Daarom kwamen we terug naar Nederland, waar ik me zou gaan specialiseren in de psychiatrie. Toen kwam ik tot de pijnlijke ontdekking dat mijn Turkse artsdiploma hier niet geldig was. Ik moest een bijscholingstraject volgen. In die tijd was ik zowel universitair docent als co-assistent. Het was een eenzaam en pijnlijk proces, vooral ook omdat ik me schaamde dat ik het niet met mijn ouders kon delen. Maar tijdens een van mijn coschappen, ontmoette ik Dr. Marieke Visser, een vrouwelijke neuroloog. Zij kwam naar me toe en vertelde dat ze heel trots op me was. Ik vroeg niet waarom en zij zei verder ook niets. Maar ik voelde het tot in mijn botten. In haar woorden hoorde ik de hele vrouwelijke lijn van mijn familie: oma’s, moeder en tantes, iedereen met wie ik mijn succes en mijn verhaal wilde delen. Ik voelde mij gezien en gehoord; ik bestond weer. Deze ene zin van haar raakte me zo diep en warm dat ik deze tot vandaag met me meedraag.

Kun je je werk beschrijven? Wat doe je het liefst?

Ik ben dokter en wetenschapper. Ik probeer pijnlijke problemen in de gezondheidszorg en de geneeskunde op een innovatieve manier op te lossen. Het favoriete deel van mijn baan vind ik de mix van wetenschap met patiëntenzorg om zo de onderliggende mechanismen psychopathologie en ook ‘’normaliteit’’ te begrijpen. We proberen ook kwalitatieve experimenten te ontwerpen waarmee we onderliggende redenen, meningen en motivaties van patiënten proberen te begrijpen. We ontlenen inzichten aan de data waarmee we onze hypothesen al dan niet valideren of aanpassen om zo achter de waarheid te komen.

Hoe kwam je tot je besluit om arts te worden?

Toen ik 4 jaar was leerde ik mijzelf lezen en toen ik 5 was gebruikte ik mijn moeders keuken als een lab. Met kruiden en specerijen maakte ik medicijnen die mijn ouders moesten gebruiken voor hun gezondheid en om ‘’eeuwig te leven’’. In de zesde klas leerden wij bij biologie over DNA. Het gen concept fascineerde mij. Op mijn tiende had ik onze thuisbibliotheek al verslonden. Er was toen nog geen Internet en wij woonden in een klein stadje in het landelijke Mesopotamië. Toch wist mijn moeder steeds nieuwe boeken voor mij te regelen: Freud, Marx, Goethe, Darwin, Dostojewski. De lessen in physics en chemistry waren een tweede grote ontdekking. Ik genoot van deze patronen van wetenschappelijk denken.

Mijn ouders waren geen academici. Mijn moeder was een gedreven mensenrechtenactiviste en mijn vader een gerespecteerde zakenman. Hun gedrevenheid om anderen te helpen was een grote bron van inspiratie voor mij.

Ik groeide op, als een introvert meisje, in een grote familie: ooms, tantes, veel neven en nichten. En ik had het privilege van de toegang tot de grote bibliotheek van mijn opa. Ik herinner me het plaatje van een chirurg aan het werk tijdens een hersenoperatie. Ik werd gefascineerd door de wijze waarop alles in het menselijk lichaam werkt. Ik wilde alleen maar medicijnen gaan studeren.

Waarom onderzoek en wetenschap?

Ik heb altijd van lezen gehouden en ben nieuwsgierig naar van alles. De neurowetenschap wekte bij mij belangstelling om meer nauwkeurig naar de processen achter ons gedrag te gaan zoeken. Ik vind het heel erg leuk om toekomstige artsen, en psychiaters, op te leiden en te onderwijzen. In zo’n setting schat je in en bepaal je wat studenten moeten weten en richt je daaromheen een programma in. Ik ervaar het als een beloning wanneer iemands gezicht oplicht nadat ik met deze persoon heb gesproken over zoiets als hoe het brein en bewustheid werkt.

Wat was een van je grootste uitdagingen in je werk of onderwijs en hoe ben je ermee omgegaan?

Find strength in setbacks. We zijn geneigd te denken dat alles perfect moet zijn, maar ‘’goed genoeg’’ is genoeg. Het is okay om fouten te maken.

Ik heb ook geleerd om minder verlegen te zijn en trotser op mijn prestaties, zelfs als ik er niet zo bewust over nadenk. Ik heb ook geleerd dat seksisme en ongelijkheid in carrière pijnlijk duidelijk zijn bij vrouwen.

Maar ook meer vanuit een positief perspectief: Ik geloof dat de dingen aan het veranderen zijn en dat we, al zullen we er ongetwijfeld hard voor moeten werken, tal van mogelijkheden zullen krijgen in de nabije toekomst. Uiteindelijk zullen kennis, integriteit, empathie en technische bekwaamheden de fundamentele factoren zijn voor het succes van een carrière. En deze eigenschappen reflecteren de individuele persoon, onafhankelijk van zijn of haar gender. Mijn advies is dan ook om hard te werken om je dromen te vervullen, wat die dromen ook zijn. Aan de andere kant wil ik toch ook vermelden dat ik geweldige mentoren heb gehad die mij door de jaren heen steunden en aanmoedigden. Zonder hen zou ik niet zijn waar ik vandaag ben.

Wat zou je – met de kennis van nu – willen zeggen tegen jezelf toen je met dit werk begon?

Ik denk dat ik het volgende zou zeggen: ‘Als je ooit ongevoelig en onverschillig wordt voor de mensen/patiënten, moet je een tijdje vrijaf nemen’.

Wat doe je om als arts een burn-out te voorkomen en welk advies zou je willen geven aan jonge artsen?

Mijn persoonlijke strategie is onder meer om tijd door te brengen met mijn gezin en met yoga. Met mijn dochter maak ik graag reizen naar nieuwe bestemmingen om de lokale cultuur en keuken te leren kennen. Ik houd van lezen en ben lid van een leesclub met een aantal fantastische vrouwen. Ook neem ik deel aan een groep van vrouwelijke wetenschappers waar wij ondernemers ontmoeten en kennis opdoen van andere terreinen dan de geneeskunde. Het hebben van veel interesses houdt het leven interessant.

Zijn er genderverschillen in je onderzoeksomgeving?

Helaas, die verschillen zijn er. De nadelen voor een vrouw binnen de wetenschap zijn evident. Hoewel universiteiten en wetenschappelijke instituten het afgelopen decennium opmerkenswaardige pogingen hebben gedaan om de positie van vrouwen te verbeteren, zijn vrouwen toch nog steeds ondervertegenwoordigd. Het is opvallend dat, hoewel vrouwen hebben bijgedragen aan belangrijke wetenschappelijke ontwikkelingen, het aantal vrouwen in leidende posities van hun instituten nog steeds heel laag is. De feiten laten zien dat zelfs ondanks de reeds ondernomen pogingen, er een dringende behoefte is aan effectieve nieuwe benaderingen om dit issue aan te pakken, niet alleen in de wetenschap, maar ook in de samenleving als geheel.

We hebben nu behoefte aan veel empathische vrouwelijke leiders in het bedrijfsleven, en juist daaraan ontbreekt het op veel plekken. We zouden vrouwen en mensen van kleur veel meer moeten steunen dan ooit. Ik hoop dat het delen van onze inzichten en het zorgen voor een breder spectrum van vrouwelijke rolmodellen voor zowel meisjes als jongens, zal leiden tot succes en dat het de komende generatie zal inspireren.

In het algemeen geldt dat in veel beroepen vrouwen net iets beter moeten zijn dan mannen om een promotie te kunnen maken. Ze moeten net iets harder werken, net iets socialer zijn, en soms net iets meer kennis en betrokkenheid hebben om vooroordelen af te breken en als ‘gelijk’ te worden geaccepteerd. Gelukkig heb ik een uitstekend mentor, Prof. Wim van den Brink. Het is iemand die mails stuurt met teksten als ‘Vergeet niet van het leven te genieten’, en die op Zoom met mijn dochter chat na een vergadering. Als mijn dochter ziek is kan ik thuisblijven om voor haar te zorgen. Maar vaak sta ik ’s ochtends heel vroeg op om projecten voor te bereiden, artikels schrijven, subsidies aan te vragen…. Slaap is een mooi maar moeilijk bereikbaar streven.

Heb je een advies voor vrouwen die in jouw voetstappen willen treden?

Wees niet bang! Als je een moeder en chirurg en zanger in een band wil worden: ga hard werken om het waar te maken. Er is geen gemakkelijk of korte weg in het leven.

Vrouwen zijn geen minderheidsgroep; daarom houd ik niet van het woord ‘’diversiteit’’. Wij zijn juist de helft van de wereldbevolking en wij hebben er recht op dezelfde mogelijkheden te krijgen als mannen.

Waaraan werk je momenteel?

Ik wil begrijpen hoe het brein, geest en bewustzijn werken. In de psychiatrie hebben we classificaties die ons in hokjes stoppen. Het werken aan genetica, autisme, trauma en transculturele psychiatrie verbindt voor mij deze hokjes met elkaar. Het plaatst me boven het classificatiesysteem en helpt me om de onderliggende psychpathologie te zien.

Momenteel onderzoekt mijn team hoe psychedelica kunnen helpen bij patiënten die zich verzetten tegen behandeling, en wat we hiervan kunnen leren. Ik vind dit onderzoeksgebied fascinerend. Het geeft me voldoening om de kans te hebben om ons onderzoek toe te passen op problemen. Het is een ervaring waarvoor je steeds weer beloond wordt.

Vrouwen zijn het meest getroffen door COVID-19.

Vanwege COVID-19 zijn onze evenwichten wat verschoven. Mijn dochter volgt nu haar school online. Soms ben ik tegelijk kok, schoonmaakster, dokter, onderzoeker en haar persoonlijke coach. Ik dit proces heb ik ‘goed genoeg’ omarmd als realiseerbaar doel. Niets hoeft perfect te zijn, goed genoeg is genoeg.

De abrupte overgang naar het behandelen van onze patiënten, doceren van de opleidingen en leren op afstand in de academische wereld heeft duidelijk gemaakt dat wetenschappers, en zeker vrouwen, thuis zijn gaan werken en dat ze daarmee toegang verloren tot onderzoeksbronnen, terwijl er ook nog minder tijd beschikbaar is vanwege het huiselijk werk en het zorgen voor kinderen. Dit alles betekent dat vrouwelijke academici meer zullen lijden onder de pandemie. I would love to overcome the prejudice against women scientists in the society and to take part in platforms where I talk to the public about the work we do behind closed doors and explain what I do in a language that everyone can understand, and to bring science together with the society.

Wat is het grootste probleem van de wetenschappelijke wereld?

De wereld van de wetenschap is mijn andere familie. Wetenschap is universeel en voor iedereen. Maar er is een breed gedeelde opvatting binnen veel culturen dat het voor vrouwen niet mogelijk is om als wetenschapper zo’n familie op te zetten en dat ze een keuze moeten maken tussen hun werk en hun gezin. Het is ontegenzeglijk waar dat er tijden zijn waarin het heel lastig is om met de verschillende verantwoordelijkheden om te gaan. Natuurlijk zijn er tijden waarin we fysiek afhankelijk zijn van thuis. Maar ook in die periodes zijn er mogelijkheden om door te werken. Zo kon ik bijvoorbeeld een maand na de geboorte van mijn dochter de belangrijkste publicaties uit mijn carrière schrijven. Als ik naar het grote plaatje kijk, kan ik zien dat het leven zelf een evenwicht biedt, en als vrouw probeer ik de balans te vinden tussen de wetenschap en mijn gezin. Het is nodig om de visies en opvattingen van de vrouwen van onze wereld te begrijpen. Binnen dat kader is het onze plicht als vrouwelijke artsen en wetenschappers om vastbesloten en onvermoeibaar bij te dragen aan de opleiding van jonge wetenschappers

Ozgen2
Sluiten
X Zoek