Niet voldoende borstvoeding. Waarom en waardoor.
Op het platteland bestond 60 jaar geleden het besef dat melkproductie iets te maken had met voeding en met erfelijkheid. Koeien kregen ekstra vee-koeken (krachtvoer) navenant het vet- en eiwit gehalte in de melk, die periodiek werden gemeten. Daartoe kwam de ‘schepper’ onder melktijd bij de boer op bezoek en die bemonsterde de melk van elke koe.
De metingen gebeurden handmatig. Daarnaast waren er certificaten van stamboekvee waarvoor de boer met zijn beste koeien naar de keuring moest. Kortom: hier was sprake van nurture en nature. Onlangs verscheen een artikel over hetgeen we nu weten over borstvoeding van vrouwen. Hier een korte weergave en bespreking.
De cijfers: ongeveer 90% van de moeders start met borstvoeding. Een kwart van deze moeders geeft het op en wel binnen enkele weken. Artsen hebben jarenlang gedacht dat slechts 5% van deze vrouwen werkelijk te weinig borstvoeding produceert. Studies hiernaar geven inmiddels aan dat 10 tot 20 % te weinig melkproductie heeft om hun baby te voeden. Advies om de baby vaker aan te leggen of een pomp te gaan gebruiken helpt deze jonge moeders dus niet.
Het aantal lactocyten in de borstklieren neemt tijdens de zwangerschap flink toe. In 2010 werd ontdekt dat in moedermelk microRNA moleculen voorkomen. Die bleken een functieparameter. Aangetoond werd dat er een verschil is in aantal (‘volume’ klierweefsel) en in kwaliteit van lactocyten. MicroRNA kan met eigen copieen vermeerderen per lactocyt waardoor deze meer melk kan produceren. D.w.z., door de intense groei ontstaat een beperkte natuurlijke DNA-schade die juist functioneel n.l. meer melkproductie.
Omdat de lactocyten zo snel delen hebben ze ook meer kans op random DNAmutaties waardoor ze níet meer functioneren of doodgaan.
Dit proces begint al tijdens de zwangerschap. Een belangrijk verstorend enzym hierin is het WEE1: een tekort eraan betekent minder celreparatie en het zou een verklaring kunnen zijn voor een laag aantal lactocyten. Aldus werd aangetoond bij muizen.
Verder wordt onderzoek gedaan naar placenta-hormonen (prolactine voor melkproductie, oxytocine voor spiercontractie) als ook naar eventuele deficiënties van nutriënten in de klieren, die van invloed zijn op de lactocyten. Het laatste kan diverse oorzaken hebben: de voeding van de jonge moeder, haar genen en de aanwezigheid van ontstekingsmolekulen.
Zink is gebleken een belangrijk nutriënt voor de baby te zijn, maar zink is ook van belang bij de ontwikkeling van borstklieren. Er is een genmutatie aangetoond die van invloed is op de zink passage van het bloed naar de borstmelk.
Terug naar koeien en melkproductie.
Genetische kennis bij koeien loopt hierin tientallen jaren vóór op die bij mensen, omdat melkvee uitgebreid genetisch wordt onderzocht. Grootschalige gnoomstudies bij koeien laten zien welke genen het eiwitgehalte van de melk reguleert. Biologisch is er consensus over een aantal genen en de routes. Daarvan zijn er ook een aantal aanwezig in de menselijke melkklier. Onderzoekers zoals Lindsay Hinck (University of California in Santa Cruz) proberen daar meer van te begrijpen. In ons land doen het UMC Utrecht en de Universiteit van Wageningen onderzoek naar borstvoeding.
Volgens de Economist menen wetenschappers dat genetische factoren bij vrouwen die te weinig moedermelk produceren voor hun baby, maar zelden de oorzaak kan zijn omdat natuurlijke selectie de ongunstige mutaties geen voorrang geeft.
Dat lijkt me níet een juiste veronderstelling. Wanneer je kijkt naar de wetenschap die ten grondslag ligt aan de interventies voor een geslaagd IVF traject (inclusief PTGA), dan krijgen nogal wat vrouwen nu wel kinderen, die zich 60 jaar geleden moesten neerleggen bij kinderloosheid. De wetenschap zou misschien een been moeten bijtrekken, zodat vrouwen niet onnodig lang de reden van “het te weinig voeding hebben” bij zichzelf blijven zoeken.
Er zijn ook oorzaken waar ze geen invloed op hebben.
Samenvattend:
- Lage melkproductie hoeft niet uitsluitend hormonaal te zijn.
- Sommige vrouwen hebben mogelijk onvoldoende functionele rijping van alveolaire cellen tot lactocyten.
- We weten nog weinig van belangrijke biologische factoren in het borstklierweefsel.
Dit ter geruststelling voor jonge moeders die onvoldoende bortsvoeding produceren.
Bronnen:
Why manny wonen cannot make enough breast milk. The Economist, 12 mei 2026.
https://economist.com/science-and-technology/2026/05/12/why-many-women-cannot-make-enough-breast-milk?giftId=YTE1NzQ5ZjYtNjFlYy00ZmU0LWFiNGItMTVjMGM2YzVhMjI5&utm_campaign=gifted_article
Nuclear VANGL2 Inhibits Lactogenic Differentiation, 2024
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC10854645/?utm_source=chatgpt.com
Physiological DNA damage promotes functional endoreplication of mammary gland alveolar cells during lactation, 2024
https://www.nature.com/articles/s41467-024-47668-9?utm_source=chatgpt.com
https://www.medela.com/nl-nl/borstvoeding-voor-professionals/professionele-educatie/webinars
Voedingscentrum E-learning wordt herzien
https://medischescholing.nl/cursus/36636/e-learning-borstvoeding